Woordenlijst/Europese aanbestedingsverordening

Wat is de

Europese aanbestedingsverordening

Ook bekend als: Public Procurement Act, COM(2026) 590, voorstel voor een nieuwe aanbestedingsverordening, EU-aanbestedingsverordening

De Europese aanbestedingsverordening is het complete regelpakket in het voorstel van de Europese Commissie voor een nieuwe aanbestedingsverordening (COM(2026) 590), gepresenteerd op 9 september 2026. Eén verordening moet de drie aanbestedingsrichtlijnen uit 2014 vervangen. Het is een voorstel, geen vastgestelde wetgeving. Het Europees Parlement en de Raad moeten het nog behandelen, en geen enkele leverancier hoeft nu iets te doen.

Hoe werkt de Europese aanbestedingsverordening?

Het voorstel heet officieel een verordening "on public contracts and concessions" (Public Procurement Act). De verordening trekt de richtlijnen 2014/23/EU, 2014/24/EU en 2014/25/EU in (artikel 146). Het voorstel is aangemerkt als EER-relevant, is gebaseerd op artikel 114 VWEU en heeft procedurenummer 2026/0265(COD).

Het verschil tussen een richtlijn en een verordening is belangrijk. Een richtlijn moet elke lidstaat omzetten in eigen wetgeving. In Nederland is dat gebeurd via de Aanbestedingswet 2012. Een verordening geldt rechtstreeks en op dezelfde manier in alle EU-lidstaten, dus ook in Nederland, zonder nationale omzetting. Voor de EER-EVA-staten, zoals Noorwegen, komt daar nog de opname in de EER-overeenkomst bij.

Sommige dingen blijven hetzelfde. De Europese drempelwaarden in artikel 2 blijven ongewijzigd: € 5.404.000 voor werken en concessies, € 140.000 voor leveringen en diensten bij centrale overheden, € 216.000 bij andere aanbestedende diensten, € 432.000 in de nutssectoren en € 750.000 voor sociale diensten, gezondheidszorg en onderwijs. Ze worden nog steeds om de twee jaar aangepast aan de GPA. Aankondigingen worden nog steeds gepubliceerd in TED. De rechtsbeschermingsrichtlijnen (89/665/EEG en 92/13/EEG) blijven bestaan, en defensie- en veiligheidsopdrachten onder Richtlijn 2009/81/EG blijven erbuiten (artikel 78).

Dit zijn de belangrijkste wijzigingen:

  • Lagere omzeteisen: geschiktheidseisen voor de jaaromzet mogen normaal niet hoger zijn dan 50% van de jaarlijkse waarde van de opdracht (artikel 27, lid 7).
  • Kortere raamovereenkomsten: maximaal 3 jaar met één leverancier en 5 jaar met meerdere (artikel 103).
  • Drie procedures in plaats van vijf: de open procedure, de dynamische procedure en de innovatieprocedure.
  • Meer gewicht voor kwaliteit: kwaliteit moet minstens 30% van de punten bepalen, en minstens 50% bij arbeidsintensieve opdrachten (artikel 98).
  • Eén keer bewijzen: een elektronische geschiktheidsdienst bouwt op het eenmaligheidsbeginsel en vervangt het UEA en e-Certis.
  • Nieuwe aankondigingen en open data: openbare samenvattingen vervangen de huidige aankondigingsformulieren, en elke lidstaat krijgt een nationale aanbestedingsdataruimte.
  • Europese voorkeur: een vrijwillig instrument voor de aanbestedende dienst.
  • Uitsluiting: 12 verplichte uitsluitingsgronden zonder zelfreiniging (artikel 25) en 8 facultatieve met zelfreiniging (artikel 26). Zelfreiniging betekent dat de leverancier kan aantonen dat hij orde op zaken heeft gesteld. Het ontvangen van verstorende buitenlandse subsidies is een nieuwe grond.

Wat betekent dit voor u als leverancier?

Als het voorstel wordt aangenomen, worden de regels in de hele EU en EER gelijk. Procedures, termijnen en bewijsstukken zijn dan dezelfde, of u nu inschrijft in Nederland, België of Duitsland.

Een voorbeeld: een Nederlands mkb-bedrijf wil inschrijven op een opdracht van € 1 miljoen per jaar. Vandaag mag de aanbestedende dienst een jaaromzet eisen van maximaal het dubbele (artikel 58, lid 3, van Richtlijn 2014/24/EU), dus € 2 miljoen. Met artikel 27, lid 7, mag de eis normaal niet hoger zijn dan € 500.000. Zo kunnen meer kleine bedrijven zich kwalificeren. Tools zoals Cobrief helpen u de aanbestedingen te volgen, onder welke regels ze ook zijn uitgeschreven.

Veelgestelde vragen

Wanneer gaat dit gelden?

Nog niet. Het voorstel wordt nu behandeld door het Europees Parlement en de Raad. De verordening is van toepassing twee jaar na de inwerkingtreding (artikel 149), realistisch gezien op zijn vroegst in 2029. De digitale instrumenten hebben eigen termijnen in het voorstel: het EU-instrument voor digitale bedrijfsbewijzen moet uiterlijk 30 juni 2028 technisch klaar zijn (artikel 133), en nationale registers moeten uiterlijk 15 juni 2029 gekoppeld zijn (artikel 29). Tot die tijd geldt de Aanbestedingswet 2012 zoals nu.

Geldt de verordening rechtstreeks in Nederland?

Ja, zodra ze is vastgesteld en van toepassing is. Een verordening hoeft niet te worden omgezet in de Aanbestedingswet 2012, anders dan de huidige richtlijnen. Voor de EER-EVA-staten, zoals Noorwegen, moet de verordening eerst in de EER-overeenkomst worden opgenomen.

Veranderen de drempelwaarden?

Nee. Artikel 2 houdt het huidige niveau aan, en de waarden worden net als nu om de twee jaar aangepast.

Kortom: de Europese aanbestedingsverordening is een voorstel om de aanbestedingsregels te bundelen in één gemeenschappelijke wet voor de hele EU. Voor leveranciers kan dat eenvoudigere bewijsvoering en een lagere drempel om mee te doen betekenen, maar pas over enkele jaren.

Klaar om meer aanbestedingen te winnen?

Cobrief helpt je bij het vinden, beoordelen en beantwoorden van aanbestedingen.

Probeer Cobrief gratis