Artikel
De nieuwe EU-aanbestedingsverordening: het voorstel is er. Wat is gebleven, en waar moet u op letten?
De Europese Commissie heeft haar voorstel voor een nieuwe aanbestedingsverordening gepresenteerd. Lees wat er uit het concept is gebleven, wat er is veranderd en waar u nu op moet letten.
In juli schreven we over een uitgelekt concept van nieuwe aanbestedingsregels in de EU. Op 9 september 2026 presenteerde de Europese Commissie het officiële voorstel, de Public Procurement Act. Het is verleidelijk om te denken dat een voorstel van de Commissie hetzelfde is als een nieuwe wet. Maar het is het begin van een lang proces, en er kan nog veel veranderen. Hier bespreken we wat er uit het concept is gebleven, wat er anders is en waar u als leverancier op moet letten. We schrijven vanuit Noors perspectief en geven duidelijk aan waar Noorwegen als EER-land afwijkt van de EU-lidstaten.
Van drie richtlijnen naar één verordening
Het voorstel heeft het kenmerk COM(2026) 590. Het moet de drie aanbestedingsrichtlijnen uit 2014 intrekken en vervangen door één verordening. Dat was ook de kern van het uitgelekte concept, en die is gebleven.
Het verschil is belangrijk. Een richtlijn bepaalt wat landen moeten bereiken, en elk land maakt zijn eigen regels. Een verordening geldt rechtstreeks en op dezelfde manier in alle EU-landen. We hebben een aparte pagina in onze woordenlijst over de Europese aanbestedingsverordening.
Voor Noorwegen, IJsland en Liechtenstein geldt de verordening niet automatisch. Ze moet eerst worden opgenomen in de EER-overeenkomst en daarna worden omgezet in nationaal recht. Voor Noorwegen staat in de EØS-notat (de EER-notitie van de Noorse regering) dat de herziening waarschijnlijk wijzigingen in de Noorse aanbestedingswet en de bijbehorende regelgeving zal vereisen.
Kwaliteit moet minstens 30 procent wegen
Het uitgelekte concept bevatte een ondergrens voor hoe zwaar kwaliteit moet wegen bij de beoordeling. Die is gebleven. De beste prijs-kwaliteitverhouding wordt de hoofdregel voor gunning. Kwaliteitscriteria moeten minstens 30 procent wegen. Bij opdrachten die naar hun aard arbeidsintensief zijn, moet kwaliteit minstens 50 procent wegen.
De aanbestedende dienst kan van de ondergrens afwijken. Dan moet die uitleggen hoe de kwaliteit toch wordt geborgd, bijvoorbeeld via minimumeisen in het programma van eisen of via contractvoorwaarden. De Commissie noemt dit "comply or explain": volg de regel, of leg uit waarom u dat niet doet.
Voor u als leverancier is dit naar onze mening een van de belangrijkste punten. Er komen minder aanbestedingen die alleen op prijs worden beslist. Dat maakt het waardevoller om kwaliteit goed te kunnen beschrijven.
Nationale dataruimte en registratie van opdrachten
Elk land moet een nationale aanbestedingsdataruimte opzetten of aanwijzen. De dataruimte bundelt informatie over aanbestedingen in het land en wordt gekoppeld aan de gemeenschappelijke dataruimte van de EU. De huidige aankondigingen worden vervangen door openbare samenvattingen die het hele verloop van een opdracht beslaan, van marktconsultatie tot uitgevoerde opdracht.
Ook opdrachten onder de drempelwaarden moeten in de dataruimte komen. Volgens het voorstel moeten gesloten en uitgevoerde opdrachten met een waarde van minstens 10.000 euro daar uiterlijk 20 dagen na sluiting en uitvoering van de opdracht beschikbaar worden gesteld. Juist deze eis trok in juli de aandacht, en die is gebleven.
Wat dit betekent voor Doffin (de nationale Noorse database voor overheidsopdrachten) is nog niet duidelijk. Het voorstel zegt niets over het Noorse systeem. Doffin kan de Noorse dataruimte worden, of daaraan worden gekoppeld. Dat wordt in Noorwegen besloten.
Eisen aan de platforms: vrij van controle uit derde landen
In juli schreven we dat het concept vereiste dat aanbestedingssystemen in de EER gevestigd zijn en daar gecontroleerd worden, met opslag van gegevens in de EER. Dat is gebleven, en de formulering is duidelijk. Zowel de aanbieders van de platforms als de nationale dataruimtes moeten in de EER gevestigd zijn, eigendom zijn van en gecontroleerd worden door iemand die in de EER gevestigd is, en niemand uit een derde land mag er beslissende invloed op hebben. Aanbestedingsgegevens moeten in de EER worden opgeslagen.
Dat het voorstel "EER" zegt en niet "Unie", is goed nieuws voor leveranciers van zulke systemen in Noorwegen, IJsland en Liechtenstein. Noorwegen hoort bij de EER, maar niet bij de EU, dus de woordkeuze doet ertoe. Levert u platforms aan de publieke sector, dan is dit punt toch de moeite waard om tijdens de onderhandelingen nauwlettend te volgen.
Eenvoudiger meedoen: once only en behoefteplannen
Verschillende vereenvoudigingen uit het concept zijn gebleven. De Commissie wil een gemeenschappelijke digitale marktplaats bouwen waar nationale platforms met elkaar verbonden zijn en uitsluitingsgronden automatisch worden gecontroleerd. Bedrijven hoeven hun gegevens maar één keer te registreren. Dat is het eenmaligheidsbeginsel (once only).
Een nieuwe elektronische geschiktheidsdienst moet het belangrijkste bewijs worden dat er geen uitsluitingsgronden op u van toepassing zijn. Zoals wij het voorstel lezen, wordt het Uniform Europees Aanbestedingsdocument (UEA) niet voortgezet als document. In plaats daarvan deelt u een digitaal profiel. De Commissie schat dat leveranciers dankzij de vereenvoudigingen 570 miljoen euro per jaar besparen.
Het uitgelekte concept vereiste ook dat aanbestedende diensten aan het begin van elke begrotingsperiode behoefteplannen publiceren. Die eis vinden we niet terug in het voorstel. De bepaling over de voorbereiding gaat over marktconsultatie, die de aanbestedende dienst kan uitvoeren en dan moet aankondigen. Zoals wij het lezen, zijn de behoefteplannen geschrapt.
Drie procedures in plaats van vijf
De huidige vijf procedures worden er drie, zoals het concept aankondigde:
- Openbare procedure: iedereen kan vanaf het begin een inschrijving indienen. De aanbestedende dienst bepaalt vooraf of er wordt onderhandeld. Volgens de Commissie kan in alle procedures worden onderhandeld als de aanbestedende dienst dat wil.
- Dynamische procedure: de aanbestedende dienst bouwt een leveranciersbestand op waar nieuwe leveranciers zich onderweg bij kunnen aansluiten, en gunt daaruit afzonderlijke opdrachten.
- Innovatieprocedure: voor oplossingen die nog niet op de markt bestaan. De procedure omvat zowel de ontwikkeling als de aankoop daarna. Volgens de Commissie blijven de intellectuele-eigendomsrechten in de regel bij de bedrijven die de oplossing ontwikkelen.
De openbare procedure met onderhandeling breekt met het huidige onderhandelingsverbod in de openbare procedure. Dat verandert hoe u over uw eerste inschrijving moet denken.
Europese voorkeur: van regel naar gereedschapskist
Hier wijkt het voorstel het meest af van wat er in juli werd gemeld. Toen werd het beschreven als een regel om inschrijvingen af te wijzen waarbij minder dan de helft van de waarde uit de EU of uit landen met een overeenkomst kwam. In het voorstel is de Europese voorkeur een gemeenschappelijk kader met maatregelen die de aanbestedende dienst kan inzetten. De Commissie gaat een instrument aanbieden om vast te stellen waar leveranciers en producten vandaan komen.
De aanbestedende dienst kan onder meer inschrijvingen uitsluiten uit landen die geen aanbestedingsovereenkomst met de EU hebben. Ook kan die een inschrijving afwijzen waarbij minder dan 50 procent van de geraamde waarde uit de EU of uit "gedekte" landen komt. De grens uit juli bestaat dus nog steeds, maar als mogelijkheid waarvoor de aanbestedende dienst kan kiezen, niet als vaste regel. De Commissie kan de maatregelen verplicht maken, bijvoorbeeld wanneer een derde land EU-bedrijven geen eerlijke markttoegang biedt, of wanneer de leveringszekerheid op het spel staat.
Voor leveranciers uit Noorwegen, IJsland en Liechtenstein is het doorslaggevend of zij als "gedekt" gelden. Noorwegen is partij bij de WTO-Overeenkomst inzake overheidsopdrachten, en de EER-overeenkomst bevat eigen verplichtingen op het gebied van aanbestedingen. Zoals wij het voorstel lezen, wijst het erop dat Noorse leveranciers gelijk worden behandeld met EU-leveranciers. Maar waar de EER-landen terechtkomen, wordt beslist bij de opname in de EER-overeenkomst, niet in het voorstel.
De tijdlijn vanaf nu
Het voorstel is niet aangenomen. Er moet eerst over worden onderhandeld in het Europees Parlement en de Raad voordat het wet kan worden. De Commissie stelt voor dat de verordening pas twee jaar na de inwerkingtreding van toepassing wordt. Naar onze mening betekent dat op zijn vroegst 2029. Dit weten we nu over het proces:
- De Commissie neemt reacties op het voorstel in ontvangst op haar eigen website. De termijn wordt dag voor dag verlengd totdat het voorstel in alle EU-talen beschikbaar is, dus controleer de actuele datum op de pagina van de Commissie.
- De Raadswerkgroep overheidsopdrachten kwam op 29 en 30 oktober 2026 bijeen, met de rechtsvorm als apart agendapunt. De keuze tussen verordening en richtlijn wordt dus nog besproken.
- Voor Noorwegen: het Nærings- og fiskeridepartementet (het Noorse ministerie van Handel, Industrie en Visserij) heeft het voorstel in Noorwegen in consultatie gebracht, met als deadline 2 december 2026. Het ministerie houdt ook een inspraakbijeenkomst op 5 november 2026.
- Voor Noorwegen, IJsland en Liechtenstein: zodra de verordening in de EU is aangenomen, moet die worden opgenomen in de EER-overeenkomst en worden omgezet in nationaal recht. Daardoor kunnen leveranciers in deze landen later met de regels te maken krijgen dan EU-leveranciers.
Wat u nu moet doen
De huidige regels gelden nog enkele jaren. Dit is verstandig om te doen:
- Bouw capaciteit op om kwaliteit te beschrijven. De ondergrens van 30 procent maakt goede kwaliteitsbeschrijvingen meer waard.
- Houd de geregistreerde gegevens over uw bedrijf op orde. Once only gaat ervan uit dat wat in de registers staat, klopt.
- Controleer hoeveel van de waarde die u levert uit landen buiten Europa komt. Dat kan van belang worden als de Europese voorkeur wordt toegepast.
- Maak gebruik van de consultatierondes. Zowel de Commissie als, in Noorwegen, het ministerie wil input van leveranciers.
Tot slot
Het meeste uit het uitgelekte concept is gebleven: één verordening, de kwaliteitsondergrens, de dataruimtes, once only en de drie procedures. De Europese voorkeur is omgevormd tot een gereedschapskist, en verschillende details zijn nog onduidelijk. De weg naar aanneming is lang, en voor Noorwegen, IJsland en Liechtenstein komt de opname in de EER-overeenkomst daar nog bij. We volgen het dossier en werken onze woordenlijst bij wanneer het voorstel verandert.
De inhoud hier geeft de inschattingen van Cobrief weer en is bedoeld als leidraad, niet als juridisch advies.
Wij bij Cobrief praten graag met u over wat de nieuwe regels voor u kunnen betekenen.